De natuur en ik hebben altijd al een moeilijke band gehad. Zo ben ik gek op wandelen in het bos, maar niet op de grote blazende ganzen in de vijver. Ik ben gek op paddenstoelen zoeken, maar niet op nat regenen. En ik ben gek op planten in huis, maar niet op verpotten en mesten. En die dingen horen nu eenmaal vaak wel bij elkaar.
Dit jaar heb ik, toen Sinterklaas terug naar Spanje ging, twee kerststerren gekocht. Ik zag ze bij de C1000 in de aanbieding voor een euro per stuk. Vroeger, toen ze alleen nog rode verkochten, kocht ik ze niet. Maar nu heb je ze in alle kleuren die je maar bedenken kunt. Ik wilde geen plant met verflaagje, dus ik kocht van die bleke, zodat ze met hun bijna donkerroze bladeren, mooi in mijn paarse interieur passen.
Ik zette ze in de vensterbank en geef ze trouw elke week een plomp koud water. En daar zit nou juist het probleem. Kennelijk vinden ze dat fijn.
 |
Mijn kerststerren tijdens Kerst |
Inmiddels zijn we twee maanden verder en leven ze nog steeds! Ik zie het nog wel gebeuren dat ik straks twee kerststerren op mijn paastafel heb staan. Maar ja, wat doe je er dan mee? Weggooien kan ik niet over mijn hart verkrijgen (hoewel mijn zwager me er een keer op wees dat een kamerplant weggooien net zoiets is als bijvoorbeeld het groene loof van een prei in de groenbak kiepen en dat heb ik gisteren zonder een centje pijn nog gedaan..).
Helaas heb ik ook niet zo'n groot huis, dat ik ze gewoon even uit het zicht kan zetten, zonder ze te vergeten. En, ik wil er ook zicht op hebben, want ze schijnen ook nog giftig te zijn voor de kinderen. Eigenlijk zijn ze nog steeds gewoon mooi, dus voorlopig laat ik ze maar even staan waar ze staan. Een plant is een plant. Toch? Of kan dat echt niet meer; een kerstster in februari?